Oostenrijk

Informatie

Club Activiteiten

Kalender

Geplande activiteiten

Vlamingen stellen zich Voor, taal tips,  boeken recensies, etc

Links  |  Impressum  |  Startpagina  |  wil gebeld worden  |

E-mail kontakt  |  brochure  |  Tel 0043 662 450822

 

Tu, Felix

Home

Over_ons

Culturele_Agenda

Foto´s

Informatie

Links

Contact

Onze taal is cultuur en een bepaalde manier van denken en spreken. Een emigrant met Nederlands als moedertaal in een Duitstalige regio,  moet bijzonder beducht zijn voor germanismen. Taal tips en zich regelmatig met de taal bezig houden is daarom een noodzaak, als men tenminste niet wil verzanden in een vreemd mengsel van Nederlands/Duits, waar alles door elkaar wordt gebruikt. Vandaar hier artikels in verband met onze moedertaal.

============================================

Een interessante website met allerlei informatie over het Nederlands is

 

http://taalunieversum.org/taalunie/.

 

De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van het Nederlands. De belangrijkste werkterreinen zijn: de Nederlandse taal zelf, het Nederlands in digitale toepassingen, onderwijs in en van het Nederlands, literatuur en leesbevordering, en de positie van het Nederlands in Europa en in de wereld.

De volgende website geeft informatie over de Stichting Nederlands onderwijs in het buitenland

 

http://www.stichtingnob.nl

 

Duizenden Nederlandstalige kinderen van alle leeftijden wonen een tijd van hun leven in het buitenland. Als zij terugkeren gaan ze in Nederland of België naar school of starten zij een vervolgopleiding. Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland zorgt al sinds 1980 dat deze kinderen en jongeren een goede aansluiting op het Nederlands onderwijs hebben. We doen dat, in opdracht van het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) , door wereldwijd goed Nederlands onderwijs mogelijk te maken. Zo houden we Nederlandstalige kinderen in het buitenland aangesloten, waar ze vandaag ook zijn en morgen naar toe gaan.

 

In Salzburg, in tegenstelling tot Wenen en Munchen,  is er vooralsnog geen georganiseerd Nederlands onderwijs aanwezig. Het is de bedoeling deze situatie te veranderen. De Stichting Nederlands Onderricht in het Buitenland (NOB) is bereid het proces te initiëren om Nederlandstalig onderwijs in Salzburg te organiseren. De voorwaarde hiervoor is dat er minstens 10 of meer leerlingen zijn.

 

Daarom mijn vraag aan alle leden, dat indien zijzelf geïnteresseerd zijn of andere Nederlandstalige personen in of in de omgeving van Salzburg kennen, die op zoek zijn naar Nederlandstalig onderwijs, om dit te melden op wschols@inter.nl.net of telefonisch op 0043 662 450822.

 

Indien aan deze voorwaarde kan voldaan worden dan zou niets in de weg staan voor de oprichting van een zogenaamde NTC-school; NTC staat voor Nederlandse taal en cultuur, feitelijk dus een aanvulling op het dagonderwijs van circa drie uur per week.

 

============================================

Voor de liefhebbers, er is een wekelijkse taaltest Nederlands ( test, hoe goed is uw nederlands) op de volgende website van de wereldomroep beschikbaar;

http://blogs.rnw.nl/klaretaal/taaltest/

Maar wat het deelnemen echt interessant maakt is het wekelijkse commentaar van de auteurs op de wereldomroep, elke vrijdag en zaterdag, op de uitslagen van de test. Dit commentaar is ook beschikbaar als podcast. Meestal geven zij ook het verschil tussen de binnenlandse (Vlaanderen en Nederland) en buitenlandse resultaten.

Een echte aanrader!! Bespreking van de resultaten is mogelijk op ons forum van Facebook

http://www.facebook.com/groups/viw.austria/

============================================

============================================



Gepubliceerd op Radio Nederland Wereldomroep (http://www.rnw.nl)


--------------------------------------------------------------------------------

Meer leerlingen naar Nederlands onderwijs in buitenland

Door Arwen van Grafhorst

Aangemaakt 27 februari 2012 9:00


Jaarcijfers NOB

Ondanks de economische malaise groeit het Nederlands onderwijs in het buitenland. De NTC-scholen, die lessen Nederlands naast lokaal of internationaal onderwijs bieden, zijn populairder dan ooit.

Het is crisis en daarom worden er minder expats uitgezonden. Er zouden dus ook minder expatkinderen moeten zijn die Nederlands onderwijs in het buitenland volgen. De cijfers voor 2012 van de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB) [1] spreken dat echter tegen. In 2012 krijgen bijna 14.000  leerlingen Nederlands onderwijs in het buitenland. Dat is 3 procent meer dan het jaar ervoor.

Kennelijk vinden ouders het ook in slechte tijden belangrijk dat hun kinderen Nederlands leren. Of misschien sturen ze juist wel dóór die crisis hun kinderen naar Nederlandse les, zodat ze bij terugkeer goed aansluiten op het onderwijs in Nederland of er kunnen studeren.

NTC-scholen

De aantrekkingskracht zit hem in de Nederlandse taal- en cultuurscholen (NTC-scholen). Elk jaar weer weten die meer leerlingen te trekken. Bijna driekwart van de leerlingen die in het buitenland onderwijs volgen, doet dit nu via een NTC-school.

Op deze scholen krijgen expat- of emigrantenkinderen wekelijks een paar uur Nederlandse les. Daarnaast gaan ze gewoon naar een lokale of internationale school. De alternatieven, volledig Nederlandse scholen en het afstandsonderwijs (kinderen krijgen thuis van hun ouders les), zijn minder in trek.

Lokaal of internationaal onderwijs

'Tegenwoordig kunnen kinderen vaak heel goed lokaal of internationaal onderwijs volgen in het land waar ze wonen', zegt Angelina van Weerdenburg van de Stichting NOB. 'Dat leidt ertoe dat het NTC-onderwijs een grote vlucht neemt.'

Bovendien, zegt Van Weerdenburg, gaan expats nu vaker naar verschillende landen, terwijl ze vroeger vaak jarenlang op een plek bleven. 'Dan is het handiger als ouders meteen kiezen voor internationaal of lokaal onderwijs, uiteraard wel aangevuld met Nederlands onderwijs om een goede aansluiting bij terugkeer in Nederland te waarborgen.'

Forse toename in VS

In de Verenigde Staten nam het aantal leerlingen het sterkst toe. In 2011 volgden 697 leerlingen Nederlands onderwijs, nu zijn het er 847. De procentueel snelst groeiende school in de VS, de Tul(i)p School in Chicago (van 20 naar 46 leerlingen), zag door de crisis het leerlingenaantal aanvankelijk dalen. Ze moesten daarom op zoek naar een creatieve oplossing.

'Onze school ligt in Naperville, een suburb van Chicago', zegt bestuursvoorzitter Caroline van Klingeren. 'Uit onderzoek bleek dat veel ouders wel interesse hebben in onze lessen, maar ze vonden Naperville te ver weg. We hebben daarom ook een locatie in Chicago zelf geopend en dat is een groot succes.'

Hongkong

Ook de Stichting Nederlandse school Hong Kong zag dit jaar een flinke toename. Eerder een uitzondering dan een trend, relativeert bestuursvoorzitter Sebastiaan Gruijters.

'Zoals wij het zien is het huidige grote aantal kinderen te danken aan het herstel in de Europese economie dat zich in 2009/2010 leek voor te doen (achteraf meer een rustpauze tussen twee crises in). Dit bracht Nederlandse bedrijven ertoe weer meer expats uit te zenden. Nu het zware weer voortduurt, zal een aantal weer worden teruggestuurd. Dit hele proces van sturen en terugsturen kost wat tijd, en loopt daarom altijd 1 a 2 jaar achter op de economische ontwikkelingen.'

Gruijters denkt overigens niet dat de crisis een rol speelt bij de keuze voor zijn school. 'Ik heb niet de indruk dat ouders ons zien als een snelle talencursus om een onverwachte terugkeer mee voor te bereiden. We zijn 'gewoon' een basisschool met een meerjarig curriculum.'

In Europa had de economische malaise eveneens gevolgen voor de Nederlandse scholen. In Spanje, Griekenland en Portugal werden de Nederlandse scholen iets kleiner, terwijl ze in Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk gelijk bleven of zelfs iets groter werden.

Arabische Lente

Ook de Arabische Lente had zijn weerslag op het Nederlands onderwijs. In het Midden-Oosten waren een paar opvallende verschuivingen te zien. In de Verenigde Arabische Emiraten, dat buiten de protestengolf viel, steeg het leerlingenaantal fors.  In Qatar en Egypte, waar wel werd gedemonstreerd, zagen de Nederlandse scholen hun leerlingenpopulatie juist slinken.

De Nederlands-Britse school in Caïro noteerde zelfs een daling van 45 naar 26 leerlingen. Volgens directeur Thomas van der Wielen speelt de revolutie zeker een rol. 'Bedrijven wachten nu met het uitzenden van gezinnen. Overigens worden ook minder Nederlanders uitgezonden door de economische situatie in Egypte.' Zijn school, met volledig Nederlands onderwijs duurder dan een NTC-school, moet het juist hebben van de expats.

Toch heeft Van der Wielen de hoop dat het volgend jaar wat aantrekt. 'Van bedrijven horen we dat er weer groen licht wordt gegeven voor het uitzenden van expats.'

--------------------------------------------------------------------------------

















Jaarcijfers NOB

Top 5 Sterkst groeiende landen

1 Verenigde Staten (van 697 naar 847)
2 Verenigde Arabische Emiraten (van 297 naar 371)
3 Singapore (van 423 naar 476)
4 China (van 428 naar 478)
5 Australië (van 314 naar 359)

Top 5 Sterkst dalende landen

1 Portugal (van 259 naar 229)
2 Israël (van 90 naar 62)
3 Griekenland (van 536 naar 509)
4 Qatar (van 147 naar 128)
5 Vietnam (van 105 naar 87
Boete voor peuters die niet naar de voorschool gaan?

Te veel kinderen krijgen geen kans op een schoolcarriere die recht doet aan hun talent doordat ze de Nederlandse taal niet beheersen. In zijn rede 'Mijn idee voor Nederland' presenteerde de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher onlangs een pakket van maatregelen om aan deze misstand een einde te maken. Een belangrijke rol speelt daarbij de 'voor- en vroeg-schoolse educatie' (vve). Asscher sluit niet uit dat ouders die hun kinde­ren de vve onthouden, uiteindelijk een boete opgelegd krijgen. Is dat een ver­standig plan?

 

VOORSTANDER

 

Asscher schetst een dramatisch beeld van de gevolgen van de zogeheten ketenmigratie, het verschijnsel dat de kin­deren van immigranten een huwelijkspartner kiezen uit het land van hun ouders. Het nieuwe gezin spreekt dan de taal van die huwelijkspartner: de taal uit het land van herkomst. Bijgevolg spreken de kinderen uit die huwelijken vaak even slecht Nederlands als echte immigranten. Zo blijven we aan de gang met inburgeren. Erger is dat die kinderen geen kans hebben op een goede scholing. Wie maar honderd Neder­landse woorden kent, zal het waarschijnlijk niet eens lukken om succesvol de basisschool af te ronden, laat staan het vwo [Nvdr voortgezet wetenschappelijk onderwijs, in Vlaamse termen het middelbaar wetenschappelijk onderwijs]. Kan Nederland het zich veroorloven zo veel talent onbenut te laten?

 

Daarom wil Asscher onder meer dat ouders al op het consultatiebureau contact hebben met een leerplichtambtenaar, dat schoolhoofden serieuze intake-gesprekken met ouders houden en vooral dat de kinderen heel vroeg, op de leeftijd van twee en een half jaar, naar de vve gaan. Het onderwijs op de vve zal veel inspanning en moeite vergen, maar er is nu eenmaal geen gemakkelijkere oplossing. Als ouders weigeren mee te werken, moeten we kiezen voor het kind en hen via een boete corrigeren. Wie niet horen wil, moet maar voelen.

 

TEGENSTANDER

 

Asschers doel is onmiskenbaar nobel, maar gaat deze enorme inspanning ook werken? In elk geval is er iets in te brengen tegen de visie op taal die uit het plan spreekt. In de eerste plaats gebruiken zeer jonge kinderen taal vooral om de wereld te leren begrijpen. Ze krij­gen door de taal als het ware vat op hun omgeving. Welke taal dat is, maakt niet veel uit, als de kinderen maar de kans krijgen om zo veel mogelijk te spreken.

Daaruit volgt dat het nut van een specifieke taal, zoals het Nederlands, in deze fase gauw overschat wordt.

 

 

Daar komt een ander bezwaar bij. Asscher heeft een bij uitstek instrumen­talistische visie op het verwerven van een tweede taal. Het Nederlands, zo lijkt hij te denken, is zoiets als een bezem die een immigrant op straat vindt. Hij pakt hem op, kijkt hoe ande­ren ermee bezemen en voortaan bezemt hij enthousiast zelf. Er zijn mensen die een nieuwe taal zo opvatten. Maar het zou kunnen dat de gezinnen waar Asscher de vve voor bedoeld heeft, een andere opvatting hebben over taal - en dan vooral onze taal. Misschien zien ze het Nederlands als een symbool van het niet-eigene, als iets wat hen bedreigt. De weigering om het kind naar de vve te laten gaan, is dan geen incident of gevolg van gebrek aan informatie. Het past juist in de opvoeding. Zo'n fundamentele instelling verander je niet met een boete.

 

Wat vindt u ervan? Moet er een bete komen voor ouders die hun peuter niet naar de voorschool sturen?

 

Geef uw mening op onze facebook discussiegroep of met het reactie formulier op deze website.

 

Dit onderwerp is overgenomen uit het tijdschrift `Onze Taal´ jaargang 2012, bladzijde 143. Onze Taal is het tijdschrift van het gelijknamige genootschap Onze Taal. Het genootschap werkt samen met de universiteiten an Amsterdam, Delft, Eindhoven, Groningen, Leiden, Nijmegen, Oldenburg (Duitsland), Tilburg en Utrecht, de Fryske Akademy en het instituut voor Nederlandse Lexicologie en het Meertens Instituut. Het genootschap stelt zich ten doel het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal te bevorderen en aan hen die haar gebruike meer begrip en kennis daarvan bij te brengen

============================================

 

 

 

Onlangs weer eens een middagje in Vlaanderen geweest. Mijn doel in Vlaanderen is eigenlijk altijd om iemand 'kraantjeswater' te laten zeggen. Dan is mijn dag verder goed. Als je aan een Vlaming vertelt dat we in Nederland gewend zijn aan kraanwater, dan kijkt hij je geschokt aan en zegt: "Maar… water, uit zo’n groot ding?" Bij 'kraan' denkt een Vlaming aan een hijskraan.

 

 

In de trein van Antwerpen naar Brussel zat een gezin met een kind dat voortdurend dingen deed die niet mochten. Ik weet niet precies wat, want ze zaten achter mij. Maar de moeder zei steeds heel gedecideerd en luid tegen het kind: "NEEN!"

 

Bij ons vinden we een 'n' achter 'nee' toch vooral passend als je in de zeventiende eeuw leeft en bijvoorbeeld een uitdagende functie vervult bij de VOC.

 

In Vlaanderen is 'neen' daarentegen iets alledaags, en het zijn precies zulk soort uitingen die ervoor zorgen dat Nederlanders bijna unaniem houden van het Vlaams. Het is schattig, het is lief, het is grappig. Veel Nederlanders zouden best hun kat in willen ruilen voor een gezellige Vlaming, die lekker op de verwarming komt liggen.

 

Omgekeerd is dat niet het geval. De Vlamingen die ik ken, vinden Nederlands-Nederlands grof en lelijk. Dat vind ik zielig voor ons. Waarom kunnen de Vlamingen ons niet ook schattig vinden? Het enige waar ze plezier in hebben is 'Amersfoort’'op z’n Nederlands uitspreken, en daarna honend lachen.

 

Het zal wel komen doordat wij ooit de baas waren over de Vlamingen. Toen hebben ze een hekel aan ons ontwikkeld die ze niet meer kwijt zijn geraakt. En wij, als overheersers, mochten de Vlamingen zien als schattig en aandoenlijk. Als, inderdaad, een soort huisdieren.

 

Paulien Cornelisse
Paulien Cornelisse (1976) combineert succesvol een carrière als cabaretschrijfster, cabaretière en columniste, na een studie psychologie. Na ervaring te hebben opgedaan in een cabaretduo (Rots) en bij Comedytrain (stand-up comedy), begon ze in 2005 aan een solocarière. In 2007 werd ze tweede op het Leids Cabaret Festival en in 2010 ontving ze de Neerlans Hoop, die jaarlijks cabaretprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties. Van haar columnbundel 'Taal is zeg maar echt mijn ding' (2009) werden in een jaar tijd meer dan driehonderdduizend exemplaren verkocht. In 2012 verschijnt haar tweede bundel met taalcolumns 'En dan nog iets'. Tot maart 2012 staat ze in het theater met haar tweede soloprogramma 'Hallo Aarde'
Paulien Cornelisse, die ons Vlamingen een spiegel voorhoudt over ´ons´gebruik van het Nederlands , om dan nog maar te zwijgen van het taalgebruik van de hoogwaardigheidsbekleders die ,in ons aller naam, het  Heilig Land der Vaderen beweren te besturen ... Hoe dan ook, persoonlijk deel ik haar conclusie niet;
Column van Paulien Cornelisse, gepubliceerd op 10 maart 2012 .
Andermaal een stelling waar men verschillende meningen kan over hebben. Een dergelijke verplichting voor ouders om hun kinderen naar  een voorschool , kindergarten of creche te sturen bestaat er in Oostenrijk of Belgie niet, in Duitsland is het beschikbaar stellen van de zogenaamde kita´s van staatswege  een betwist  onderwerp.

Indien we het hebben over integratie van immigranten,  is het een zeer belangrijk onderwerp. Integratie impliceert een grondige kennis van de taal van het land waarnaar men immigreert. Of dit ook een verplichting inhoudt ,die Asscher voorstelt is het onderwerp van dit artikel.
Brief van de voorzitter van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren aan de Nederlandse taalunie.


Geachte heer Lak,
Geachte heer D'Havé

Met veel interesse heeft de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren kennis genomen van het voornemen van Vlaanderen en Nederland om een langetermijnvisie te ontwikkelen op basis van de studie 'Lage Landen 2020-2040. Vlaams-Nederlandse strategische samenwerking op middellange termijn'.
De Raad begrijpt dat het de bedoeling is dat een denkgroep een lijst vaststelt van -in eerste instantie economische relevante -ontwikkelingen die op lange termijn de samenleving in Vlaanderen en Nederland kunnen beïnvloeden. In 2013 zou het werk van de denkgroep moeten uitmonden in een advies over de mogelijkheden tot samenwerking met als horizon 2040.

Omdat het in bovengeschetste context misschien niet meteen voor de hand ligt om aan taal te denken, wil de Raad bepleiten het belang van een gezamenlijke infrastructuur voor de taal die we delen, het Nederlands, op te nemen in het plan.

In het rapport 'Lage Landen 2020-2040' wordt een aantal ontwikkelingen genoemd dat kansen tot samenwerking biedt. Het uitbouwen van een kenniseconomie is er een van, samenwerking rond gezondheidszorg en onderwijs zijn andere. Het concept 'innovatie' is doorheen het hele rapport een belangrijk begrip.

Tegen deze achtergrond is de Raad van mening dat in ieder geval taal-en spraaktechnologie (TST) en terminologie een plaats verdienen in een lijst van samenwerkingsmogelijkheden.

Taal en spraaktechnologie

De maatschappelijke relevantie en de economische potentie van taal- en spraaktechnologie zijn erg groot. De beschikbare en nog te ontwikkelen technologie kan een vitale rol spelen bij het oplossen van diverse maatschappelijke vraagstukken onder andere op het terrein van het onderwijs en de gezondheidszorg. Het ontwikkelen van een goede infrastructuur voor het Nederlands draagt niet alleen bij aan de kenniseconomie, met goede TST-toepassingen in het Nederlands wordt ook gegarandeerd dat burgers in onze samenleving kunnen blijven beschikken over belangrijke ICT-producten.

Taal-en spraaktechnologie is een breed toepasbare faciliterende technologie: een creatieve technologie die inzetbaar is in iedere sector waar informatie en kennis in taal gevat is/wordt en ontsloten moet worden. Hierdoor kan efficiëenter worden gewerkt, en worden innovatieve manieren van communicatie mogelijk. Te denken vaIt hierbij aan:

Zorg: diagnostiek en therapie op afstand, ondersteuning, langer zelfstandig wonen;
Onderwijs: automatische correctie en feedback, leren op maat, afstandleren en automatische toetsing;
Veiligheid: automatische controle van teksten en spraakopnames ten behoeve van opsporing;
Gaming: TST maakt de interactie realistischer en leidt tot een rijkere leerervaring; Musea en Cultureel erfgoed: ontsluiting van informatie en kennis uit historische teksten en spraakopnames, en uit metadata die in natuurlijke taal weergegeven zijn; Ondersteuning van bedrijfsprocessen: intelligente informatieontsluiting, business intelligence, efficiënte klantendiensten, computerondersteund vertalen; Mobiele toepassingen: mobiele apparaten hebben een klein scherm en toetsenbord waardoor spraak de meest aangewezen interactievorm is (spraakherkenning, spraaksynthese).
Bij verschillende kennisinstellingen in Vlaanderen en Nederland (bijvoorbeeld: KU Leuven, Radboud Universiteit Nijmegen, Universiteit van Antwerpen, Universiteit van Amsterdam, Universiteit Gent Universiteit Groningen) wordt al belangrijk onderzoek uitgevoerd dat relevant is voor ontwikkelingen in zorg, onderwijs, veiligheid, cultureel erfgoed en intelligente informatieontsluiting.
Nederland en Vlaanderen hebben de voorbije jaren, onder de koepel van de Nederlandse Taalunie, sterk qeïnvesteerd in de grondstoffen die taal- en spraaktechnologische toepassingen voor het Nederlands mogelijk maken. Kennisinstellingen en bedrijven hebben samen baanbrekend werk verricht. Zonder overdrijving mogen we zeggen dat Nederland en Vlaanderen op het terrein van TST een koppositie innemen in de wereld. Het is nu zaak die positie te kunnen vasthouden en verder te kunnen uitbouwen, in het bijzonder door in te zetten op het vertalen van de beschikbare resultaten in concrete toepassingen.

Terminologie

Terminologie en instrumenten voor terminologiebeheer spelen in het bovenstaande kader een belangrijke rol. De ervaring leert dat ICT-toepassingen, bijv. op het terrein van spraakherkenning of kennisbeheer, binnen professionele contexten slechts efficiënt en kostenbesparend ingezet kunnen worden als ze afgestemd zijn op de specifieke vaktaal binnen die sectoren.

Verder is het doeltreffend opslaan, ontsluiten en terugvindbaar maken van kennis en informatie een cruciale factor binnen de kennismaatschappij en -economie. Dat vergt beschikbaarheid van metadata en instrumenten om die op te bouwen. Daarin zijn terminologie en terminologie-instrumenten onontbeerlijk.

Tenslotte is het zo dat binnen verschillende sectoren tussen Vlaanderen en Nederland belangrijke terminologische verschillen bestaan, die een vlotte communicatie en samenwerking in de weg kunnen staan.

Het verzamelen, beschrijven en waar mogelijk unificeren -in samenspraak met de betrokken sectoren- van de betrokken vaktalen zien we als een belangrijke randvoorwaarde binnen een plan dat gericht is op strategische samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen.

De Taalunie heeft de afgelopen jaren de nodige instrumenten ontwikkeld om deze doelstellingen te realiseren. Het effectief inzetten ervan binnen diverse sectoren zou volgens de Raad een plek verdienen binnen de Toekomstverkenningen 2040.

De Raad is meer dan bereid nadere informatie en toelichting te geven op bovenstaande.

Met vriendelijke groeten,
Lieteke van Vucht Tijssen
voorzitter Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren